naar top
Menu
Logo Print

HOUTEN SCHRIJNWERK VERDIENT MEER AANDACHT

JUISTE AFWERKING EN REGELMATIG ONDERHOUD CRUCIAAL VOOR LANGE LEVENSDUUR

Een goede afwerking van het hout en een regelmatig onderhoud zorgen voor een langere levensduur van houten schrijnwerkWe zien opnieuw meer hout in het straatbeeld. Bij heel wat renovaties wordt vandaag gebruikgemaakt van houten gevelbekledingen, en ook houten buitenschrijnwerk blijft een vaste waarde. We zien echter ook meer beschadigd of verweerd hout, dat bijgevolg snel zijn charme verliest. Een juiste behandeling en een regelmatig onderhoud zijn dan ook cruciaal om de esthetische én de functionele waarde van het hout te vrijwaren. Enkel op die manier kan het hout tegen weersomstandigheden en andere omgevingsfactoren worden beschermd.

HOUTAFWERKING

Bescherming en afwerking zijn cruciale stappen bij het plaatsen van houten deuren, ramen, luiken enzovoort. Zij dragen namelijk in grote mate bij aan de duurzaamheid van het houten buitenschrijnwerk. Zo beschermen deze lagen het hout onder andere tegen fotochemische aantasting door uv-straling, wat tot afbladdering kan leiden, tegen schommelingen van het vochtgehalte t.g.v. weersomstandigheden en aflopend water, wat tot kromtrekken en eventuele scheurvorming kan leiden, en tegen uitspoelen van de inhoudsstoffen van bepaalde houtsoorten, wat tot vlekvorming kan leiden. Daarnaast draagt de afwerkingslaag bij aan het uitzicht van het buitenschrijnwerk en aan een vereenvoudigd onderhoud.

Met beitsen met weinig pigmenten kan de natuurlijke vergrijzing van het hout geïmiteerd wordenProducten en systemen

Houten buitenschrijnwerk kan op verschillende manieren worden afgewerkt.

  • Onbehandeld: het gebruik van onbehandeld hout is aan een opmars bezig. Doorgaans worden hiervoor zeer duurzame houtsoorten gebruikt, zij het zonder verdere afwerkingslagen. De reden hiervoor is vaak esthetisch of ecologisch, maar het onbehandeld laten van hout kan een negatief effect hebben op de duurzaamheid van het bouwwerk.
  • Beits (C2 of C3): beitsen behoren tot de niet-filmvormende afwerkingen. Zij vormen een dunne film met een zekere transparantie, zodat de structuur van het hout zichtbaar blijft. Hoe donkerder de pigmenten, hoe beter de uv-bestendigheid van het systeem. De beitsen van type C2 hebben bovendien een schimmeldodende werking.
  • Topcoat (CTOP): topcoats zijn beitsen die behoren tot de semifilmvormende afwerkingen. Ze hebben een hoger harsgehalte en een meer dekkende werking dan de beitsen van types C2 en C3. Ze zijn doorgaans ondoorschijnend, maar laten wel het reliëf in de houtstructuur zichtbaar.
  • Verf: verven bevatten een zeer hoog gehalte aan harsen en behoren tot de filmvormende afwerkingen. Ze zorgen voor een volledige dekking van de houtstructuur.
  • Olie: natuurlijke of gemodificeerde oliën zijn transparante, min of meer gekleurde producten, doorgaans zonder pigmenten.

In principe worden deze producten pas aangebracht op hout dat voldoende buiten-duurzaam is of al met een verduurzamingsprocedé of -product behandeld is. 
Met de beitsen en topcoats kan men echter ook een effectief beschermings- en afwerkingssysteem realiseren. Dit bekomt men door de producten in minimum drie lagen, en eventueel in combinatie met elkaar, toe te passen. 
Er wordt een onderscheid gemaakt tussenC-systemen, die enkel uit C2- en C3-lagen bestaan, CTOP-systemen, die enkel uit CTOP-lagen bestaan, en C-CTOP-systemen, die uit een combinatie van beide bestaan. 
Om een betere hechting en droging van de afwerkingsproducten te realiseren, kunnen verschillende houtsoorten voorbehandeld worden, al is dit niet strikt noodzakelijk.

Aandachtspunten

Beitsen met meer pigmenten kleuren het hout zichtbaar

Bij de afwerking van houten buitenschrijnwerk dient men rekening te houden met een aantal belangrijke principes.

  • Dampdoorlaatbaarheid: de producten die worden gebruikt voor de buitenafwerking van houten ramen moeten steeds dampdoorlaatbaar zijn, zodat het in het hout ingesloten vocht naar buiten afgevoerd kan worden. Daarnaast moet het binnenoppervlak afgewerkt worden met een laag die minder dampdoorlaatbaar is dan het buitenoppervlak. Dit dampscherm is zeker in vochtige ruimtes van essentieel belang.
  • Pigmentatie: producten zonder pigmenten, zoals filmvormende vernissen, zijn niet geschikt voor buitentoepassingen. Door het gebrek aan pigmenten zijn ze namelijk uiterst gevoelig voor fotochemische ontbinding onder invloed van zonnestraling. Filmvormende producten met een donkere pigmentatie worden eveneens afgeraden. Die kunnen namelijk tot een zeer hoge oppervlaktetemperatuur leiden, wat dan weer barsten of scheuren tot gevolg kan hebben.
  • Schimmels: de meeste afwerkingsproducten - met uitzondering van de C2-producten - bieden geen bescherming tegen schimmels en/of insecten. Sommige producten, zoals de natuurlijke, niet-gemodificeerde oliën, creëren zelfs een voedingsbodem voor schimmels en algen. Zij worden dan ook afgeraden. Bij andere producten en systemen volstaat het om een houtbeschermingsbehandeling of houtverduurzaming toe te passen.
  • Onverenigbaarheid: het gebruik van oplosmiddelhoudende producten op een reeds bestaande afwerking met watergedragen producten wordt afgeraden. Vice versa stelt er zich doorgaans geen probleem.
  • Plaats van afwerking: schrijnwerk kan zowel op de werf als in de fabriek worden afgewerkt. De behandeling zal in het tweede geval doorgaans doeltreffender zijn. In het eerste geval kan in de fabriek echter wel al een grondlaag worden aangebracht. Deze laag beschermt het hout tijdelijk tegen de (klimaat)omstandigheden op de werf. Het schrijnwerk moet na plaatsing wel binnen de maand worden afgewerkt.

ONDERHOUD HOUTAFWERKING

De positieve effecten van de afwerking op de levensduur van het houten schrijnwerk gelden echter maar voor zover de afwerking ook effectief onderhouden wordt. De aard en de periodiciteit van het onderhoud zijn afhankelijk van het toegepaste afwerkingssysteem.

Reiniging

Onafhankelijk van het gekozen afwerkingssysteem dienen de vleugels en het vaste kader regelmatig, afhankelijk van de vervuilingsgraad, gereinigd te worden. Daarbij moeten ook de ontwateringsgroeven en de decompressiekamer schoongemaakt worden. De reiniging gebeurt het best met water en een kleine hoeveelheid aangepast schoonmaakmiddel. Het gebruik van agressieve of schurende middelen of een hogedrukreiniger wordt ten stelligste afgeraden.

Principes preventief onderhoud

  • Beitsen: systemen van het type C2 of C3, afgewerkt met niet-filmvormende producten, moeten in principe om de twee à drie jaar gereinigd worden en vervolgens meteen voorzien worden van een nieuwe afwerkingslaag. In de meeste gevallen volstaat het om de horizontale delen aan te pakken.
  • Topcoats: systemen van het type CTOP, afgewerkt met semifilmvormende producten, moeten elke drie jaar behandeld worden. Het onderhoud bestaat uit de reiniging van het hout, het lichtjes afschuren en afstoffen en vervolgens het aanbrengen van een nieuwe afwerkingslaag.
  • Verven: systemen afgewerkt met filmvormende producten moeten ongeveer vijf jaar na de eerste beschildering worden gereinigd, afgeschuurd, afgestoft en herschilderd.

Verven bevatten een hoog gehalte aan harsen en hebben een zeer dekkende werking. De houtstructuur is hier niet langer zichtbaarAandachtspunten

Bij het aanbrengen van een nieuwe (verf)laag is het belangrijk dat de soepele profielen ter verzekering van de luchtdichtheid niet worden overschilderd. Zij worden dan ook het best tijdelijk verwijderd. Hiervoor is het aangeraden om de dichtingsprofielen per vleugel en per venster te nummeren. Pas wanneer de verf volledig droog is, kan men de dichtingsprofielen herplaatsen. 
Wanneer de periodiciteit van het preventief onderhoud niet wordt nageleefd en de afwerkingslaag sterk aangetast is, zal een regulier onderhoud niet langer volstaan. In dat geval moeten alle aanwezige lagen verwijderd worden en moet een volledig nieuw afwerkingssysteem aangebracht worden.

ONDERHOUD OVERIGE SCHRIJNWERKELEMENTEN

Hoewel de focus van het onderhoud van houten buitenschrijnwerk doorgaans bijna volledig op de houtafwerking wordt gelegd, vormt het er maar een deel van. Om de goede werking van het schrijnwerk te garanderen, moet namelijk ook voldoende aandacht worden besteed aan de beglazing, de kitvoegen, het hang- en sluitwerk en de dichtingen. Ook zij vergen regelmatig nazicht en onderhoud.

Beglazing

Net als het kader dient de beglazing regelmatig met een aangepast schoonmaakmiddel gereinigd te worden. Verder onderhoud aan de beglazing zelf is enkel nodig wanneer er effectief schade optreedt.

Voegen en soepele dichtingen

De beglazingsvoegen worden samen met kader en beglazing, en volgens dezelfde principes, gereinigd. Voorts is het aangeraden om de soepele kitvoegen en dichtingen jaarlijks te controleren en, indien nodig, te vervangen. Bij de soepele dichtingen is het belangrijk om de gelaste aansluitingen grondig te controleren en alle verharde of beschadigde onderdelen te vervangen. Bij het aanbrengen van een nieuwe verflaag moeten de soepele dichtingen verwijderd worden.

Hang- en sluitwerk

Hoewel het hang- en sluitwerk in de meeste omstandigheden niet bijkomend behandeld moet worden tegen corrosie - dit is enkel zo in agressieve omgevingen zoals industrieterreinen of aan de kust - wordt ook hiervoor een jaarlijks onderhoud aangeraden. Daarbij moeten in de eerste plaats de beweeglijke delen worden gesmeerd. Voor de cilinders maakt men het best gebruik van grafiet of siliconenspray; voor het beslag worden niet-agressieve olie of zuurvrij vet aangeraden. De sluitplaten kunnen gesmeerd worden met vaseline. Indien de opengaande delen van het buitenschrijnwerk niet meer naar behoren functioneren, moeten het hang- en sluitwerk en/of de sloten opnieuw afgesteld worden of, in het slechtste geval, volledig vervangen.

ONDERHOUDSCONTRACT

In principe is het de taak van de schilder om de gebruiker te informeren over de aard en de periodiciteit van het onderhoud van de houtafwerking, terwijl de gebruiker zelf voor de opvolging instaat. Men kan in onderling overleg echter ook een onderhoudscontract afsluiten, waarin de schilder zich er bijvoorbeeld toe verbindt de afwerking periodiek te inspecteren en behandelen. Als extra service kan de schilder ook de andere schrijnwerkelementen meenemen in zijn controle, al is het bij effectieve problemen aangeraden om een schrijnwerker/specialist in te schakelen.

Dit artikel is gebaseerd op de voorschriften van het WTCB, zoals vermeld in infofiches nrs. 15-16