Kijk gratis en onbeperkt

Registreer

Vocht vermijden en bestrijden met Roger

Vocht in huis is ontsierlijk en bovendien slecht voor de gezondheid; reden te meer dus om tijdig vocht te vermijden. Heb je al met vocht te maken, dan zijn er gelukkig wel een aantal manieren om het te bestrijden.

Transciptie 

Vocht in huis, dat is niet om mee te lachen – het is namelijk niet alleen ontsierend, maar op termijn trekt het ook ongedierte aan en werkt het allergieën en andere gezondheidsklachten in de hand. Reden te meer dus om nog eens alle manieren te overlopen om vocht in huis te voorkomen. Is het kwaad toch al geschied, dan bestaat er gelukkig ook een methode om thuis zelf het vochtprobleem aan te pakken. Dat zien we allemaal straks. Nu eerst en vooral: wat kun je doen om vocht in huis te voorkomen?


Vochtpreventie begint in feite al bij de ruwbouw. Een eerste belangrijk punt is de waterkering. Die zal opstijgend vocht en condensatievocht uit de spouw tegenhouden.


Voor een optimale bescherming tegen opstijgend vocht kun je nu ook nog eens rond de waterkering een flexibele, waterdichte folie laten aanbrengen.


Ook een correcte plaatsing van de spouwankers is van belang. Spouwankers, ook wel spouwhaken genoemd, verbinden de binnenmuren met de buitenmuren en lopen dus door de spouw. Ze moeten correct geplaatst zijn om te kunnen verhinderen dat vocht naar de isolatie of naar het binnenblad getransporteerd wordt. Het vocht dat zich eventueel in de spouw kan bevinden, hoort immers naar buiten toe afgevoerd te worden. De regelgeving schrijft voor dat er 5 à 7 spouwhaken per vierkante meter geplaatst moeten worden. Ze komen eerst via pluggen in de isolatie door de binnenmuur en worden dan naar beneden geplooid in de voeg van de buitenmuur.
Het valt niet te verbazen dat vochtproblemen vaak voorkomen in oudere woningen, waar bij de bouw niet voldoende rekening gehouden is met opstijgend of doorslaand vocht. Zo ontbreekt de waterkering in sommige woonsten nog, en heeft vocht vaak een gemakkelijke doorgang gevonden via leeg gebleven spouwmuren. Als je die laat isoleren, zorg je er dan ook het best voor dat alle vuiligheid eerst verwijderd is. Anders blijft het probleem gewoon bestaan.


Een buitengevel die vocht opneemt en dus last heeft van doorslaand vocht, kun je behandelen met een impregneermiddel. Dat zal een transparante beschermlaag leggen, waardoor verhinderd wordt dat er vocht naar binnen dringt. Voor je te werk gaat, is het altijd goed om er eerst voor te zorgen dat de muur in goede staat verkeert; vul dus opnieuw de voegen waar nodig en vervang kapotte bakstenen. Reinig en ontvet de muur dan met behulp van een aangepast product in een verstuiver. Daarna breng je het impregneermiddel aan. Door te impregneren zal vocht niet langer in de muur doorslaan, en zal ook vuil zich minder snel hechten.
Een andere manier om je buitengevel resistenter te maken tegen vocht, is door hem te kaleien. Dat houdt in dat je er een kalkpleister met een kwast of borstel op aanbrengt. Ook hier verricht je eerst herstellingen waar nodig. Vernevel dan een mosdodend product over de gevel. Daarna kun je het kalkpleister erover verdelen. Zo krijgt deze een dekking die weliswaar niet volledig waterdicht is, maar die de gevel toch beter zal beschermen tegen de weersinvloeden en dus ook tegen vocht.
Bij doorslaand vocht kun je er natuurlijk ook voor opteren om een nieuwe gevel tegen de oude te plaatsen. Dat is vooral aan te raden als de oude gevel erg beschadigd is. Indien je gevel nog niet geïsoleerd is, dan is dit natuurlijk het moment. Je kunt hem dan bijvoorbeeld bedekken met polyurethaanplaten, die je op maat zaagt. Dit soort platen is vrij vochtbestendig. Tegen deze platen kun je dan steenstrips bevestigen. Dat doe je met een hechtingsmortel. In een laatste stap vul je de voegen nog op. Daarna ziet de gevel er weer als nieuw uit.

Verkies je nu eerder gevelpanelen, dan is dat ook een optie; in dat geval schroef je eerst een latwerk tegen de gevel, waar de panelen tegen komen. Over het algemeen kun je ze tand en groef in elkaar klikken. Bij het opbouwen moet je ze natuurlijk wel op maat zagen. Het vergt allemaal een beetje denkwerk, dus wil je meer uitleg over hoe je voor dit alles te werk gaat, dan vind je uitgebreide informatie en video’s op onze website.
Er zijn dus verschillende manieren om doorslaand vocht in de gevel te vermijden, maar ook binnen in huis is er vanalles om rekening mee te houden als je vocht wilt voorkomen. Allereerst wil je lekken in je buizenstelsel vermijden. Ga je dus zelf waterleidingen leggen, let er dan op dat je de verbindingen goed doet aansluiten. Bij pvc-buizen zonder dichting zul je lijm moeten gebruiken, dus controleer of de stukken na uitharden stevig vastzitten. Bij pvc-buizen mét dichting is er geen lijm nodig, maar doe je er goed aan om wat siliconespray of sanitair glijmiddel te gebruiken zodat de onderdelen mooi in elkaar schuiven en de waterdichtheid gegarandeerd is.

Bij een schroefdraadverbinding gaat het anders en gebruik je een nylonkoord of teflon.


Naast doorslaand vocht en vocht dat afkomstig is van lekken, is ook condensatievocht problematisch als het niet meteen kan wegtrekken. Zo ontstaan dan schimmelplekken op je binnenmuren. Een belangrijke factor die dit zal helpen te voorkomen, is de aanwezigheid van een dampscherm. Dat is een dampremmende folie die de isolatie daarachter tegen vocht beschermt, zodat het niet kan gaan schimmelen. Een dampscherm plaatsen kan je gemakkelijk zelf; je knipt de stroken op maat en hangt ze met tape tegen de isolatie. Zorg ervoor dat alle naden en kieren goed afgetapet zijn, en voorzie speciale manchetten op plaatsen waar er eventueel een kabel door het dampscherm moet lopen, zodat ook daar geen vochtige lucht doorheen kan. Omdat condensatie snel optreedt bij koudebruggen, bijvoorbeeld aan ramen, moet je op die plaatsen ook zeker de naden goed afplakken met luchtdichtheidstape en eventueel speciale hoekmanchetten plaatsen zodat koude lucht daar niet door kan ontsnappen.
Daarnaast is ook ventilatie van belang, want die voert de vervuilde en vochtige lucht af en brengt verse lucht binnen in huis. Je kunt zelf je ventilatie installeren aan de hand van een plan waarop alle kanalen aangeduid staan. Het is dan een kwestie van alles aan te duiden en dan uit te boren en te slijpen. De grote ronde gaten in de muren laat je het best wel aan een specialist over.

De buizen van en naar buiten moeten geïsoleerd zijn, en ook dat heeft met vochtpreventie te maken.


De buizen maak je op maat met een breekmes. Het rooster voor de aanvoerbuis, waarlangs de verse lucht zal komen, schroef je vast op een vernauwingsstuk en kun je daarna in de opening plaatsen.

Duw de verbindingsbeugels rond de buizen, tot tegen de rand. Sluit ze wanneer de eindes van twee buizen volledig tegen elkaar zitten. Zo bouw je de kanalen op.

Leid dan de buizen tot aan de ventilatie-unit en schroef die vast tegen de muur.


De buizen die de lucht van en naar de kamers leiden zijn gegalvaniseerd en worden door middel van een speciaal systeem op maat gemaakt.

Tussen de buisstukken plaats je een geluidsdemper tussen de unit en het eerste aftakpunt, zodat het zoemende geluid van de ventilatie-unit niet in de kamers te horen is. Als de woning later afgewerkt is, kunnen de ventielen worden geplaatst, die dan worden afgeregeld door een professional, waarna het ventilatiesysteem in feite al in werking gezet kan worden.
Houd bij al je klussen steeds in je achterhoofd dat het resultaat ofwel bestand moet zijn tegen vocht, ofwel dat het er zoveel mogelijk bij uit de buurt moet blijven. Ga je binnen bijvoorbeeld pleisteren, denk er dan aan dat je pleister pas vanaf de waterkering aanbrengt. De geleiders en hoekprofielen plaats je dus ook allemaal boven dat punt. Zo vermijd je later dat eventueel opstijgend vocht in je pleisterwerk terechtkomt.

In vochtige ruimtes en voor buitengevels gebruik je geen pleister op basis van gips, maar wel op basis van cement. Die verwerk je een beetje anders; je hoort namelijk eerst een hechtingsmortel te gebruiken, die ruw afgewerkt wordt en uitgedroogd moet zijn voor je de profielen zet. Daarin komt dan eventueel nog een wapeningsgaas, indien je scheurvorming wilt vermijden. Pas daarna breng je het cementpleister aan.
Voor klussen in vochtige ruimtes moet je sowieso aangepaste producten gebruiken. Dat betekent dat je cementgebonden panelen gebruikt als je bijvoorbeeld wilt gaan tegelen, en groen gipskarton om op te schilderen. Ga je in de keuken of badkamer een laminaatvloer leggen, dan moet ook die natuurlijk een variant zijn die bestand is tegen vocht.
Tot zover de tips om vocht in huis te voorkomen. Maar wat als het nu al te laat is? In deel 2 van deze aflevering leggen we uit hoe je vocht wegkrijgt en daarna de muur voorbereidt op de afwerking.

In deel 1 van deze compilatieaflevering over het voorkomen en bestrijden van vocht, gaven we al een hele reeks tips mee die zowel doorslaand vocht als lekkende leidingen en condensatievocht zullen helpen te voorkomen. In dit tweede gedeelte bespreken we hoe je vocht dat er al is weer kunt wegkrijgen, en hoe je ervoor zorgt dat je meteen weer op de muur mag pleisteren.

Een vochtbestrijdingsmethode die je als doe-het-zelver kunt toepassen is het injecteren van de wanden.


Vocht in huis herken je het duidelijkst aan schimmel en afbladerende verf. Met een vochtmeter kun je controleren of er vocht op de muuroppervlakte zit. En als je de muur eens aanklopt en die hol klinkt, dan is dat omdat het pleister loskomt. Dat is vaak ook een teken van een vochtprobleem. Klinkt het enkel hol langs de onderkant van de muur, dan weet je dat het om opstijgend vocht gaat. Doorslaand vocht is ook mogelijk, maar dan zou het over de volledige wand verspreid zitten. Bij doorslaand vocht is het nodig om de buitengevel te impregneren, van een vochtbestendige laag te voorzien of om nieuwe gevelbekleding te plaatsen. Dat zagen we al in deel 1.

In het geval van opstijgend vocht zul je een waterafstotende gel moeten injecteren in de muur.
In een eerste stap verwijder je de plinten van de muur. Duid aan tot waar de muur hol klinkt en reken daar zo’n halve meter bij als marge. Tot op die hoogte haal je dan het pleisterwerk weg met een boorhamer. Werk van boven naar beneden. Je kunt ook met hamer en beitel aan de slag. Hoekprofielen aan een buitenhoek of venster, of de stopprofielen aan een deur, slijp je door. Dat kan met een haakse slijper of een multitool. Om ervoor te zorgen dat er zeker geen kans meer is op opstijgend vocht, moet je ervoor zorgen dat er tussen de deurstijl en waar de leidingen lopen zeker geen pleisterwerk meer zit. Het pleister zou immers vocht kunnen opzuigen en transporteren door de vochtbarrière. Zo zou je opnieuw vochtplekken krijgen.
Verwijder de brokken en het stof en breng het naar het containerpark.

Daarna moet er geboord worden.


Boren doe je altijd in een voeg, want daar verspreidt het product zich beter. Neem de onderste voeg, of die er net boven. Je moet bijna volledig door je muur boren, dus zet een lange boor op je boorhamer. Na het boren van alle gaten maak je opnieuw alles proper, en zuig je ook het stof uit de gaten.
Ga je straks mortel aanbrengen, vernevel nu dan eerst wat water op de muur; zo zullen de oude bakstenen straks niet al het vocht uit de mortel zuigen en zal die dus beter hechten.
Er bestaan nu een paar vochtbestrijdingssystemen waar je als doe-het-zelver gebruik van kunt maken. Een eerste is het plaatsen van trechters in de gaten, waar dan vochtafstotende vloeistof ingegoten wordt tot de muur niets meer opneemt. Onder invloed van CO2 vormt zo’n vloeistof dan een harslaag in de muur, waar geen vocht meer door kan.

Een andere optie, zoals die hier ook toegepast zal worden, is het injecteren van een gel in de muur. Daarvoor kun je je een starterskit aanschaffen waarin het injectiepistool zit en een aantal cartouches met de gel. Heb je meer gel nodig, dan bestel je nog extra cartouches bij.

Plaats een cartouche in het pistool en snijd hem open in twee richtingen. Zet de spuitmond er dan op en pomp al even tot er een beetje product uitkomt.


Vul zo alle gaten. Is er een cartouche leeg, dan breng je een nieuwe in. Werk zo verder. De muur is nu behandeld tegen vocht.

Aangezien je op de behandelde muur nu niet direct mag pleisteren, moet er eerst nog een barrière tegen komen.


Om het behandelde muuroppervlak af te dekken, zijn er een paar mogelijkheden. Een eerste is het gebruiken van een membraan dat je met lijmmortel tegen de muur bevestigt. Zo’n membraan zal ervoor zorgen dat eventuele zouten die zich nog in de muur bevinden, niet tot in het nieuwe pleisterwerk kunnen doordringen. Ook hoef je niet te wachten met pleisteren tot de geïnjecteerde gel droog is. Een membraan is een goede optie als de muur al over een spouw beschikt, waardoor eventueel vocht nog afgevoerd kan worden.

Kies voor een Flex tegellijm die zowel voor binnen als buiten kan dienen. Je brengt hem dan aan met een plakspaan. Vanaf dat je voldoende muur bedekt hebt, plaats je er een op maat gemaakt stuk membraan tegen. Druk het goed aan en spreid de mortel erachter uit met de handen. Zo is hij straks ook vlakker om op te pleisteren.

Breng dan opnieuw mortel aan voor de tweede baan, en laat het tweede membraan een stukje overlappen met het eerste. De naden daartussen sluit je af met tape. Werk steeds van binnen naar buiten toe. Met de plakspaan smeer je de uitpuilende mortel uit zodat ook de zijkanten goed vastkleven.
24u na aanbrengen van dit membraan kun je dan beginnen met het pleisteren van de muur. Vergeet niet om, zoals we in deel 1 ook al aanhaalden, ruimte over te laten bij de grond. Zo kan het pleister geen vocht van de bodem opnemen. De uitsparing bedek je dan later weer met een plint.
Een andere mogelijkheid om na een vochtbehandeling snel weer te kunnen gaan pleisteren, is door de wand te bedekken met een noppenfolie. Het voordeel hiervan is dat je door middel van deze folie een kleine luchtspouw creëert, waardoor eventueel vocht dat in de muur zit nog gemakkelijk weg kan. Heeft de muur dus nog geen spouw, dan is dit de aangewezen methode.

Verwijder eerst en vooral uitstekende deeltjes aan de muur. Kap ze weg met hamer en beitel. Ook stopcontacten of andere elektronische elementen haal je weg.
Plaats nu onderaan en bovenaan een verluchtingsprofiel waarin de folie past. Doe dat op een aantal centimeter van de grond. Het profiel snijd je op maat met een metaalzaag of een haakse slijper. Maak het dan vast met kunststof slagpluggen. Gebruik hier telkens kunststof en geen metaal, want dat zou gaan roesten.
Meet dan op waar je de noppenfolie moet afsnijden; neem wel een beetje marge. Boor dan voor en bevestig de folie met kunststof slagpluggen aan de muur. Begin bij het midden en werk naar buiten toe. Hoe grilliger de muur is, hoe meer pluggen je moet plaatsen om de folie mooi tot tegen de muur te doen aansluiten.
De tweede strook noppenfolie overlapt de eerste. Druk de noppen in elkaar. De stukken zonder weefsel moet je bedekken.

Snijd onderaan de folie op maat af. Moet je openingen uitsnijden, dan is dat het gemakkelijkst om te doen wanneer de volledige folie er hangt. Vergeet ook niet om de openingen te maken voor schakelaars, bedieningen of stopcontacten.
Door de noppenfolie kan er lucht blijven circuleren, waardoor de muur kan uitdrogen, ook wanneer die al bezet is. Op het weefsel mag je dan beginnen pleisteren of kleefgips aanbrengen. Je kunt er ook een gipskartonplaat tegen plaatsen.

Meer informatie en video’s over het bezetten van een wand vind je uitgebreid op www.dobbit.be.
Blijft het vochtprobleem na deze behandelingen toch nog bestaan of heeft het gewoon te grote proporties aangenomen om zelf aan te pakken, dan is het tijd om het probleem door een professional te laten analyseren, die je ook een gepaste oplossing kan aanbieden.


Wil je op regelmatige basis tips krijgen voor klusjes in en rond het huis, en meer informatie rond bouwen en wonen, schrijf je dan in voor het gratis online magazine en krijg alles rechtstreeks per e-mail. Je blijft dan ook steeds op de hoogte van de allerlaatste afleveringen.

Je kan dit artikel volledig lezen na registratie

Reageer

 

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Aannemer 

Aannemer maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.